Oswald Van Olmen studeerde fluit aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent bij A. Van Boterdael, aan de Muziekhochschule van Freiburg i. B. bij Gustav Scheck en aan het Muziekconservatorium van Praag bij Petr Brock. Tevens studeerde hij zang - belcanto - bij Lida Michelova.

Hij doceerde blokfluit aan de Koninklijke Muziekconservatoria van Gent, Leuven en Den Haag.

Als uitvoerend musicus ( fluit, blokfluit en traversfluit ) was hij aktief in de avantgardemuziek ( I.P.E.M. Gent ) en in de historische uitvoeringspraktijk ( barok en klassiek ). Hij was lid van o.a. het Parnassusensemble ( Barthold Kuyken, Paul Dombrecht, Johan Huys, Richte Van der Meer ) en Musica Antiqua ( Ton Koopman ) en werkte als free-lance musicus - samen met Barthold Kuyken - regelmatig mee aan concerten en opnamen met het Collegium Aureum ( Harmonia Mundi ), La Petite Bande ( Sigiswald Kuyken, Gustav Leonhardt ), Frans Brüggen, enz.

Zeer onder de indruk van de klankrijkdom van de originele blokfluiten in de musea ( Parijs, Brussel, Den Haag, enz. ) begon hij een diepgaande research naar de bouwtechnische elementen, die bepalend zijn voor de klankkwaliteit van de blokfluit.

Eind '78 trekt hij zich terug in Spanje om zich te wijden aan een diepgaand onderzoek naar de klankmogelijkheden - bouwtechnisch en speeltechnisch - van de blokfluit.
Gefascineerd door de muzikaal-akoestische mogelijkheden van de blokfluit, begint hij met het experimenteren op het gebied van de klank en, op basis daarvan, het ontwikkelen van prototypes.

In 1987 geeft hij - op uitnodiging van Johan Huys, direkteur van het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent - in de reeks Conservatoriumconcerten, een solorecital, exclusief gewijd aan "Der Fluyten Lusthof" van J.J. van Eyck en uitgezonden door BRT 3 ( Belgische Radio en Televisie - kultureel programma ) - produktie : Pieter Andriessen.
In juli '94 verzorgt hij in Bretagne (Morlaix) de muzikale animatie van de Cairn van Barnenez, een megalitisch monument.
Bij die gelegenheid speelt hij in open lucht, zowel oude muziek ("Der Fluyten Lusthof" van J.J. van Eyck), als één-, twee- en driestemmige improvisaties als resultaat van de combinatie van life - spel met ter plaatse gemaakte (eigen) opnames.

De research naar de klankmogelijkheden - bouwtechnisch en speeltechnisch -van de blokfluit, monden uiteindelijk uit in de kreatie van de "Hall-recorder", een blokfluit met energie in de klank.

In 1999 stelt hij op de instrumentententoonstelling in Brugge de "Hall-recorder" voor : een nieuw blokfluitconcept, klank met energie.

Oswald Van Olmen improviseert op de "Hall-recorder", op daartoe uitgekozen plaatsen. Inspelend op de plaatselijke situatie (omgeving, mensen, beweging…) maakt hij muziek : een muzikale skulptuur, een "tableau sonore".